Ik schreef eerder deze week al de blog: Een ex in detentie – Belemmeringen. Het geen waar ik veel tegenaan loop. In deze blog een vervolg.

In mijn vorige blog gaf ik al aan dat M. in 2015 was veroordeeld, voordat hij en ik elkaar kenden. Terwijl hij wachtende was op een hoger beroep, was hij met mij een relatie begonnen en hadden we intussen een kindje samen.

M. gaf aan onschuldig te zijn, ik zat op een roze wolk en wilde echt in zijn onschuld geloven.

Geheim
Juni 2016, stapelverliefd op een man die misschien wel in detentie zou komen. Zouden we dan samen blijven, zouden we samen sterk genoeg zijn en konden we alles aan? De maanden en de wetenschap dat er een keer een telefoontje of een brief zou komen dat hij zich zou moeten melden, braken me op. Wanneer de brievenbus klapperde schoot mijn hart me in de keel. Ik sloot me op en durfde amper nieuwe contacten aan te gaan. Want hoe vertel je diegene dat wij (M. en ik) een geheim hadden. M. had een geheim, maar intussen werd het ook mijn geheim.

Instanties
Het zal je niks verbazen, maar zijn geheim, bleef geen geheim. Wel voor de buitenwereld, maar niet voor instanties. Anonieme meldingen – wij wisten wel door wie – bij Veilig Thuis maakte ons leven nog lastiger. In maart 2017 kwam Veilig Thuis bij ons op bezoek, we wisten net dat we samen een tweede kindje zouden krijgen. Het ‘geluk’ van het zwanger zijn, veranderde al snel in een negatieve sfeer van controle en onderzoeken. Ook toen Lina geboren was, werd er van ons verwacht dat we meteen bij de kraamhulp zouden aangeven dat M. mogelijk in detentie zou komen. Over het verloop van de instanties zal ik nog eens een aparte blog wijden. Wat wel goed is, als moeder heb ik nooit gefaald, keuzes die ik gemaakt heb, waren niet altijd goed. Maar ze zagen gelukkig wel dat ik een goede moeder was (en ben).

Onzeker
Iets wat in strijd met het bovenstaande, maar als moeder ben ik wel enorm onzeker geworden. Het altijd perfect willen doen op mijn tenen lopen, brak me op. Hulp vragen – iets wat ik amper doe – was lastig, des te meer omdat ik zelf heel goed wist te benoemen waar ‘de pijn’ zat. Ik viel altijd tussen wal en schip.

Hoger beroep
In de lente van 2018 kwam er een brief, M. zijn hoger beroep zou op 31 augustus 2018 dienen. Samen met M. ben ik naar de rechtbank gegaan. Zijn advocaat en hij hadden mij het gevoel gegeven dat de straf aanzienlijk lager zou gaan uitvallen dan in eerste aanleg – In eerste aanleg was de straf netto twintig maanden – Daar hielden we aan vast. Voorzichtig maakte we plannen, wat als hij een half jaar zou moeten zitten? Wat vertelde we andere dan en hoe konden hij en ik dit dan zo aangenaam mogelijk laten verlopen?

Bijna 3 jaar
Twee weken later ontving M. telefoon van zijn advocaat. Negatief – voor M. –de hoge raad had besloten dat M. niet dertig maanden, netto twintig maanden zou krijgen. Maar veertig maanden waarvan vijf voorwaardelijk, dus netto vijfendertig maanden. Bijna drie jaar, drie jaar lang zou hij onze kinderen niet zien opgroeien, drie jaar lang zou ik op hem moeten wachten?

Vechten moe
Nadat hoger beroep was uitgesproken en M. ook nog eens in cassatie wenste te gaan, was ik het vechten moe. Sinds augustus 2018 woonde hij ook al niet meer bij mij – zo hadden de instanties besloten – en we moesten ook nog samen een cassatie zien te overleven.

Het vuur was uit, de vechtlust minder, ik kon echt niet meer.

M. besloot toch een cassatie door te zetten. Hierover schrijf ik in een andere blog: Een ex in detentie – Cassatie.